• DEMAC
  • DEMAC
  • DEMAC
  • DEMAC

MKB nieuws

DEMAC Actueel

Vitaliteitssparen i.p.v. levensloop en spaarloon regeling

 

Het kabinet stelt voor om in 2013 een nieuwe spaarfaciliteit te introduceren, het vitaliteitssparen.

1 Inleiding

Het vitaliteitspakket is nieuw en wordt geleidelijk ingevoerd over de jaren 2012 en 2013. De regeling leidt tot vereenvoudiging van het fiscale stelsel omdat 4 fiscale regelingen worden afgeschaft. Hieronder worden de fiscale aspecten van de vitaliteitsregeling toegelicht. De niet fiscale aspecten worden toegelicht door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Er worden 4 bestaande fiscale regelingen afgeschaft:

  • De arbeidskorting voor ouderen (2012);
  • De doorwerkbonus (2013);
  • De spaarloonregeling (2012);
  • Levensloopregeling (2012).

Daarvoor komt in de plaats:

  • Werkbonus voor 62-plussers (2013);
  • Vitaliteitssparen (2013);
  • Extra stimulering scholing (2013).

2 Werkbonus voor 62-plussers
Er zijn op dit moment 2 fiscale regelingen die oudere werknemers stimuleren om te (blijven) werken: de arbeidskorting voor werknemers ouder dan 58 jaar (via de loonbelasting) en de doorwerkbonus (via de inkomstenbelasting) voor werknemers die 62 jaar of ouder zijn. Beide regelingen zijn leeftijdsafhankelijk en worden hoger naarmate het inkomen stijgt. Deze regelingen worden afgeschaft en er komt 1 werkbonus voor in de plaats. De nieuwe werkbonus bedraagt € 3.000 per jaar en is gericht op 62-plussers met een laag inkomen. De werkbonus wordt door de werkgever verwerkt op het loonstrookje en is dus meteen zichtbaar voor de werknemer.

3 Spaarloon
De spaarloonregeling wordt per 2012 afgeschaft. Deze regeling hield in dat je maximaal € 613 van je brutoloon kon sparen. De tegoeden werden op een geblokkeerde spaarrekening gestort en vrijgegeven onder bepaalde voorwaarden, maar in ieder geval na vier jaar. De geblokkeerde tegoeden werden niet meegerekend bij je box 3- vermogen in de inkomstenbelasting en over de vrijgegeven bedragen hoefde door de werknemer geen belasting te worden betaald. Het opgebouwde vermogen komt in principe vrij in 2012 maar de deelnemers kunnen hun tegoed ook laten staan. De tegoeden worden dan jaarlijks gedeeltelijk vrijgegeven. De vrijstelling in box 3 blijft voor deze tegoeden, zolang ze nog niet zijn vrijgegeven, bestaan.

4 Levensloop
De levensloop wordt per 2012 afgeschaft. Deze regeling hield in dat een werknemer een bedrag van maximaal 12% van zijn brutoloon per jaar kon sparen in een levensloopregeling met een totale aanspraak op extra verlof van maximaal 2,1 jaar. De stortingen waren aftrekbaar in de loonbelasting. De opname was alleen mogelijk voor financiering van verlof en was belast. Daarnaast kon de werknemer een levensloopverlofkorting van maximaal € 201 per jaar genieten.

De levensloopregeling wordt vanaf 2012 nog opengehouden voor deelnemers die op 31 december 2011 een saldo op hun levensloopregeling hebben staan maar kunnen niet meer bijstorten. Vanaf het jaar 2013 kunnen alleen nog deelnemers die op 31 december 2012 de leeftijd van 58 jaar hebben bereikt gebruikmaken van de levensloopregeling totdat zij de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt.

Deelnemers aan de levensloopregeling kunnen in het jaar 2013 kun levenslooptegoed zonder belastingheffing omzetten in vitaliteitssparen. Als de deelnemers die op 31 december 2012 de leeftijd van 58 jaar nog niet hebben bereikt hun levenslooptegoed in het jaar 2013 niet omzetten in vitaliteitssparen, dan wordt het levenslooptegoed op 31 december 2013 belast als loon.

5 Vitaliteitssparen
De spaarloonregeling en de levensloopregeling gaan op in de nieuwe regeling 'vitaliteitssparen'. Vitaliteitssparen stelt deelnemers in staat fiscaal voordelig te sparen en is toegankelijk voor werknemers, ondernemers (waaronder zzp-ers) en resultaatgenieters. De regeling kent geen opnamedoelen. De stortingen in vitaliteitssparen zijn fiscaal aftrekbaar in box 1 en er wordt pas belasting geheven bij opname van het tegoed. Het opgebouwde, nog niet opgenomen, tegoed in vitaliteitssparen is niet belast in box 3. Het maximale fiscaal gefaciliteerd op te bouwen vermogen bedraagt in totaal20.000. Er geldt een jaarlijks aftrekbare maximuminleg van € 5.000. Opname uit het vitaliteitssparen na het bereiken van de 62-jarige leeftijd wordt beperkt tot € 10.000 per jaar.

Voorbeeld:
ZZP-er X wil meedoen aan vitaliteitssparen om een potje op te bouwen voor een wereldreis. Hij wil het meest fiscaal gunstig sparen. Dit kan hij doen door 4 jaar lang € 5.000 te storten in het vitaliteitssparen. Hij kan dan 4 jaar lang elk jaar in zijn aangifte inkomstenbelasting € 5.000 als aftrekpost opnemen in box 1. Hij hoeft het opgebouwde, nog niet opgenomen, tegoed niet in box 3 aan te geven.

6 Stimulering scholing
Om extra scholing te stimuleren, worden de aftrekmogelijkheden verruimd. De drempel in box 1 voor aftrek van scholingsuitgaven wordt verlaagd naar € 250. Dit betekent dat uitgaven voor scholing voortaan vanaf € 250 aftrekbaar zijn in plaats van vanaf € 500.

Bronvermelding Ministerie van Financiën